Breuken oefenen

Kies hieronder breuk van een getal, gelijke breuken of procenten, en spring door het vak met het goede antwoord. Daaronder kun je breuken zelf kleuren.

Breuken kleuren

Een breuk is een deel van een geheel. Kleur het goede aantal stukjes van de taart of de reep, en controleer of je het goed hebt.

Breuk van een getal

Bij 3/4 van 20 deel je eerst door de noemer en keer je dan met de teller: 20 : 4 = 5, en 3 × 5 = 15. Wie de tafels en deeltafels goed kent, heeft hier veel aan.

Gelijke breuken

6/8 en 3/4 zijn even groot. Je vereenvoudigt een breuk door teller en noemer door hetzelfde getal te delen: 6 : 2 = 3 en 8 : 2 = 4. Vermenigvuldigen kan ook: 3/4 = 6/8 = 9/12.

Procenten

Procent betekent "van de honderd". 50% is de helft, 25% een kwart en 10% een tiende. Zo reken je 25% van 40 uit: een kwart van 40 is 10.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen delen of alleen vermenigvuldigen: bij 3/4 van 20 op 5 of 60 uitkomen in plaats van 15.
  • Teller en noemer omdraaien: 4/3 in plaats van 3/4.
  • Procent als getal gebruiken: 25% van 40 is niet 25.

Het spel gebruikt zulke fouten als fout antwoord, zodat je leert ze te herkennen.

Werkblad breuken

Veelgestelde vragen

In welke groep leer je breuken?

De eerste breuken (een half, een kwart) komen in groep 5. In groep 6 tot en met 8 leer je rekenen met breuken, gelijke breuken en procenten.

Hoe reken je 3/4 van een getal uit?

Deel het getal door 4 en vermenigvuldig met 3. Dus 3/4 van 20 is 20 : 4 × 3 = 15.