Klokkijken op minuten

Nu telt elke stap van 5 minuten. Het lastigst zijn de tijden rond het halve uur, zoals 10 voor half 6. Speel hieronder en zie hoe het werkt op de leerklok.

Oefen met de leerklok

Zo deel je de klok in

  • Van de 12 tot de 3: "over" het uur. 5 over 5, 10 over 5, kwart over 5.
  • Van de 3 tot de 6: "voor half". 10 voor half 6 is 5:20, 5 voor half 6 is 5:25.
  • Van de 6 tot de 9: "over half". 5 over half 6 is 5:35, 10 over half 6 is 5:40.
  • Van de 9 tot de 12: "voor" het volgende uur. 10 voor 6 is 5:50.

Elk cijfer op de klok staat voor 5 minuten. Dat komt van pas als je de tafel van 5 kent: bij de 4 is het 4 × 5 = 20 minuten over.

Werkblad minuten

Veelgestelde vragen

Hoe laat is 10 voor half 6?

Dat is 5:20 (of 17:20). Het is dan nog 10 minuten tot half 6.

Waarom is klokkijken op minuten zo lastig?

Omdat je rond het halve uur steeds vanaf "half" moet rekenen. Oefen eerst de kwartieren goed, dan gaat het makkelijker.