De tafel van 3 op een rij
- 1 × 33
- 2 × 36
- 3 × 39
- 4 × 312
- 5 × 315
- 6 × 318
- 7 × 321
- 8 × 324
- 9 × 327
- 10 × 330
Trucje: zo onthoud je de tafel van 3
3 keer is 2 keer plus 1 keer. 7 × 3 = 7 × 2 + 7 = 14 + 7 = 21. Zo gebruik je de tafel van 2, die je al kent.
Controleren kan ook: tel de cijfers van de uitkomst bij elkaar op. Bij de tafel van 3 kom je altijd uit op 3, 6 of 9. Bij 21 is dat 2 + 1 = 3 en bij 27 is dat 2 + 7 = 9.
Deze sommen zijn het lastigst
- 7 × 3 = 21 (14 + 7 = 21)
- 8 × 3 = 24 (16 + 8 = 24)
- 9 × 3 = 27 (18 + 9 = 27)
In welke groep leer je de tafel van 3?
Eind groep 4 of in groep 5, na de tafels van 1, 2, 5 en 10.
Werkblad tafel van 3 printen
Liever op papier oefenen? Maak een werkblad met sommen uit de tafel van 3. Elke keer krijg je nieuwe sommen, en de antwoorden staan op een apart blad.
Kleurplaat met de tafel van 3
Liever kleuren? Maak een kleurplaat met de tafel van 3: reken elke som uit en kleur het vakje met de goede kleur.
Van de tafel van 3 naar delen
Wie de tafel van 3 kent, kan ook delen door 3. Omdat 6 × 3 = 18, is 18 : 3 = 6. Oefen het met de deeltafels.
Weetje: Een driehoek heeft 3 hoeken. Vier driehoeken hebben samen 4 × 3 = 12 hoeken.