De tafel van 9 op een rij
- 1 × 99
- 2 × 918
- 3 × 927
- 4 × 936
- 5 × 945
- 6 × 954
- 7 × 963
- 8 × 972
- 9 × 981
- 10 × 990
Trucje: zo onthoud je de tafel van 9
Vingertruc: leg je tien vingers neer. Voor 4 × 9 buig je de vierde vinger. Links van die vinger staan 3 vingers (de tientallen), rechts staan er 6 (de eenheden). Het antwoord is 36.
Rekentruc: 10 keer min 1 keer. 7 × 9 = 70 − 7 = 63.
Controle: de cijfers van de uitkomst tellen altijd op tot 9 (6 + 3 = 9), en het tiental is 1 minder dan het getal waarmee je vermenigvuldigt (bij 7 × 9 is het tiental 6).
Deze sommen zijn het lastigst
- 7 × 9 = 63 (70 − 7 = 63)
- 8 × 9 = 72 (80 − 8 = 72)
- 6 × 9 = 54 (60 − 6 = 54)
In welke groep leer je de tafel van 9?
Groep 5. Aan het eind van groep 5 kennen de meeste kinderen alle tafels tot en met 10.
Werkblad tafel van 9 printen
Liever op papier oefenen? Maak een werkblad met sommen uit de tafel van 9. Elke keer krijg je nieuwe sommen, en de antwoorden staan op een apart blad.
Kleurplaat met de tafel van 9
Liever kleuren? Maak een kleurplaat met de tafel van 9: reken elke som uit en kleur het vakje met de goede kleur.
Van de tafel van 9 naar delen
Wie de tafel van 9 kent, kan ook delen door 9. Omdat 6 × 9 = 54, is 54 : 9 = 6. Oefen het met de deeltafels.
Weetje: Draai de cijfers van 2 × 9 = 18 om en je hebt 9 × 9 = 81. Zo hoort 3 × 9 = 27 bij 8 × 9 = 72.