Eerst de tientallen, dan de eenheden
Bij 34 + 25 splits je beide getallen: 30 + 20 = 50 en 4 + 5 = 9. Samen is dat 59.
Rijgen: in sprongen op de getallenlijn
Je kunt ook het eerste getal heel laten en er in stappen bij springen: 34 + 20 = 54, en dan 54 + 5 = 59. Bij min werkt het net zo: 72 − 30 = 42, en 42 − 6 = 36.
Over het tiental: onthouden en lenen
- Plus: bij 38 + 25 is 8 + 5 = 13. Dat is een tiental extra: 30 + 20 + 13 = 63. Wie dat vergeet, komt op 53 uit.
- Min: bij 52 − 17 kun je 2 − 7 niet zomaar doen. Reken 52 − 10 = 42, dan 42 − 7 = 35. Wie per kolom groot min klein doet, komt fout op 45 uit.
Precies die fouten (53 en 45) staan in het spel als fout antwoord. Zo leer je ze herkennen.